‘IN DE KUIP BEN IK
ALS ARTIEST
VOLWASSEN GEWORDEN’

Na in totaal negen eerdere stadionconcerten in 2002 en 2004 keert Marco Borsato vanaf eind mei terug in De Kuip. ‘Het is tijd om nieuwe herinneringen te maken.’

Toen op de vroege avond van 14 juni 2002 de wegen rondom

De Kuip volliepen en de vijftigduizend mensen die een kaartje hadden weten te bemachtigen voor het eerste concert van

Marco Borsato in een langgerekte stroom het stadion binnenkwamen, liep de zanger zelf achter de schermen te ijsberen en vroeg hij zich in lichte paniek af wat hij zich in hemelsnaam op zijn hals had gehaald. In het stadion waar hij in de voorgaande jaren met eigen ogen wereldsterren als Prince en Bruce Springsteen had zien optreden, zou hij over enkele minuten zélf het podium opstappen voor een immense massa van mensen die speciaal voor hem waren gekomen. ‘Ik weet nog dat mijn bandleden tot vlak voordat we op moesten zaten te kaarten met elkaar’, zegt Borsato bijna zeventien jaar later op in het kantoor van zijn management in Abcoude. ‘Zij voelden niet de verantwoordelijkheid die ik op dat moment voelde.


Ik hoorde op de radio dat er files stonden richting De Kuip, zag duizenden mensen als mieren door het stadion krioelen en dacht: heeft iemand enig idee hoe spannend dit is? Ik was letterlijk bijna aan het spugen van de zenuwen en de adrenaline.’


De spanning verdween pas uit zijn lichaam op het moment dat Borsato de bühne opliep en vanaf de eerste seconde voelde dat hij met open armen werd ontvangen. Bijna letterlijk werd hij door vijftigduizend mensen tegelijkertijd opgetild. ‘Ik voelde me zó welkom,’ zegt hij. ‘Opeens wist ik weer wat ik kwam doen, alle spanning was direct weg. Toen ik helemaal op het eind van het concert het publiek bedankte, voelde ik een soort rilling door mijn lichaam gaan die je normaal voelt als je moet huilen. Het was een mengeling van geluk en ontlading. Ik had al best veel meegemaakt als artiest, maar dat gevoel kende ik nog niet. Vanaf dat moment ben ik als artiest volwassen geworden.’


‘Ik voel verwantschap met Dirk Kuyt,
een held van mij’

Op welke manier?

‘De kunst is bijvoorbeeld om de intimiteit die in een aantal van mijn liedjes zit, ook in een groot stadion tot z’n recht te laten komen. Daar moet je rust voor hebben, keuzes voor durven maken. Dat heb ik geleerd en vervolmaakt in De Kuip. Zelfs met vijftigduizend mensen bij elkaar, wordt dan toch soms je strot dichtgeknepen van emotie, bijvoorbeeld omdat er iets klein gebeurt in het publiek, recht voor je neus.’

Heb je daar oog voor wanneer je middenin een optreden voor vijftigduizend mensen zit?

‘Zeker. Ik zie bijvoorbeeld een vader zijn dochter vastpakken en dan denk ik op het podium: waar is de moeder? Of ik zie mensen kapot gaan bij het nummer ‘De Waarheid’ en vraag me dan af wat hun verhaal is. ‘Afscheid Nemen Bestaat Niet’, ook zo’n nummer waarbij je dingen in het publiek ziet gebeuren. Als ik daar m’n aandacht op richt, kan de camera dat oppakken, komt het op de grote schermen en zijn we plotseling allemaal verbonden.

Nog zoiets: vijftigduizend mensen die bij ‘Binnen’ tegelijkertijd hun handen boven hun hoofd klappen. Dat doet iets met je, ook als je geen diehard fan bent. Zo zie je een heel stadion één worden.’

Moet je het in die zin als artiest leren om een vol stadion te bespelen?

‘Absoluut. Door dit soort ervaringen is bij mij het besef gekomen dat je als artiest niet alleen moet zenden, maar ook moet ontvangen. Je moet niet als een predikant gaan staan prediken, maar aanvoelen waar de avond om vraagt. Dat kun je vakmanschap noemen, het gaat organisch omdat je luistert en kijkt naar wat er gebeurt. Zelfs met vijftigduizend mensen bij elkaar moet je als bezoeker het gevoel kunnen hebben dat een bepaald liedje over jou gaat. Elke komma, elke intonatie is dan belangrijk. Dingen die in de repetitieruimte goed voelen, moeten in het stadion misschien net iets sneller of langzamer, dat moet je aanvoelen.’

Je was in 2002 de eerste Nederlandse artiest na René Froger die De Kuip vol kreeg. Voelde het als een sprong in het diepe?

‘Toch wel. Ik heb altijd de behoefte gehad om de grenzen van mijn talent te vinden. In De Kuip had ik mijn grote helden gezien en ik wilde kijken of het als Nederlandse artiest ook mogelijk was om in dat stadion te spelen. Natuurlijk namen we daarmee ook financieel een risico. Maar achteraf gezien hadden we de belangstelling zelfs nog onderschat. We speelden in 2002 drie keer in een volle Kuip en twee jaar later zes keer.’

Was de sprong in het diepe voor de concerten van dit jaar gevoelsmatig nu net zo groot?

‘Zeker, al was het maar omdat de hele conjunctuur veranderd is. Er treden veel meer internationale acts op in Nederland, dus mensen hebben meer te kiezen en kunnen hun geld voor concertkaartjes maar één keer uitgeven. Ook nationaal hebben we grotere acts en is er meer concurrentie. Mede daarom hadden we nooit verwacht dat dit jaar de vraag zo groot was dat we uiteindelijk vijf shows zouden doen. Dat was echt beyond imagination.’

Wat was de belangrijkste reden om dit jaar terug te keren naar De Kuip?

‘Na mijn laatste concert in het stadion in 2004 had ik de belofte gedaan om een keer terug te komen, om de tien keer vol te maken en qua aantal Kuipconcerten gelijk te komen met The Rolling Stones. Ondertussen werden in Rotterdam de geruchten over een nieuw stadion steeds hardnekkiger. Ik dacht: ik heb zo’n binding met De Kuip, als ik het nu niet doe, kan het straks misschien niet meer. Mijn kids vroegen er ook steeds vaker naar. Met mijn zoon ben ik vorig jaar naar de bekerfinale tussen Feyenoord en AZ geweest. Bij mijn eerste concerten in De Kuip was hij nog een klein mannetje, maar nu is hij tweeënhalve kop groter dan ik. De afgelopen tour is hij met me mee geweest en heeft hij het licht gedaan. Ook voor hem wilde ik dit doen.’

Je wilt het gevoel van de concerten van 2002 en 2004 laten herleven in De Kuip. Waar staat dat gevoel voor jou voor?

‘Vooral voor de magie met het publiek. Het mooie van een openluchtstadion is dat de avond intreedt tijdens het concert, je gaat van licht naar schemer naar donker. Je zit met z’n allen in een soort timelapse. Daar hou je ook rekening mee in de opbouw van de show. Het is heel fijn dat het publiek in Rotterdam sowieso heel loyaal is, anders dan in andere delen van Nederland waar het publiek soms meer verwend is en alles al een keer heeft gezien.

De grondhouding van Rotterdam is: te gek dat je er bent, let’s do this.’

Wat is voor jou als artiest het grootste verschil tussen de concerten van toen, in 2002 en 2004,

en die van dit jaar?

‘Vooral dat we tussen toen en nu nog veel liedjes hebben gemaakt die bij het publiek zijn blijven hangen. Voor heel veel mensen zal er een liedje zijn dat refereert aan een bepaalde persoon, plek of gebeurtenis. Al die herinneringen gaan we met elkaar herbeleven in De Kuip. Dat betekent dat je met elkaar een reis maakt door het leven. Soms is die reis melancholiek of verdrietig, soms blij of in extase: alles komt aan bod.’


‘De komende concerten worden voor mijnet zo spannend als die van 2002’

De mensen die er in 2002 of 2004 bij waren, zijn inmiddels bijna twintig jaar ouder. Wat betekent dat voor jouw komende shows?

‘Wat voor mij vooral van belang is, is dat ik generaties met elkaar wil verbinden; dat de mensen die er toen waren nu misschien wel hun kinderen meenemen. Dat gevoel zit ook in een liedje als ‘Dochters’. Het liedje begint ermee dat je ’s ochtends wakker wordt gemaakt door je kind, het volgende moment komt ze om zeven uur ’s ochtends thuis van het stappen en voor je het weet sta je voor het altaar bij haar bruiloft en denk je: waar is mijn kleine kind? Zo krijgt zo’n liedje door de jaren heen een andere betekenis voor mensen. Die transitie kan ik nu beter aanvoelen dan vroeger, door wat ik zelf heb meegemaakt als vader.’

Op de dag waarop je aankondigde terug te keren in De Kuip, vertelde je tijdens de perspresentatie dat je de nacht ervoor niet had geslapen.

‘Dat was puur uit opwinding. Mensen zeiden tegen me: “Je had toch wel verwacht dat dit zou gaan lukken?” Maar zo zit ik niet in elkaar, je kunt zoiets niet voor lief nemen. Als je ervan uitgaat dat het lukt, ga je daarnaar handelen en dan lukt het juist niet. Een concert in De Kuip vraagt mijn volle concentratie en mijn volle aandacht. Op die manier is de ontlading als het lukt het grootst. Mensen voelen of een artiest er met zijn volle hart en ziel inzit en ervoor gaat of niet. Dat is te vergelijken met een voetbalwedstrijd, waarin je ook voelt of een speler gas wil geven of niet. Ik voel in die zin wel verwantschap met Dirk Kuyt, een held van mij. Als voetballer vrat hij het gras op, hij staat voor mij voor onverzettelijkheid en doorzettingsvermogen. Zelf ben ik ook iemand die knokt om iets te bereiken.’

Het is bekend dat je een supporter bent van AZ. Zit er, buiten jouw speciale band met De Kuip, nog ergens een verwantschap met Feyenoord?

‘Die zit vooral in de mensen van de club. Ik heb bijvoorbeeld een heel goede band met de groundsman, Erwin Beltman. Hij is de allerleukste grasman die ik ken. De liefde die hij heeft voor het veld is ongeëvenaard. Hij is een echte Feyenoorder in hart en nieren, die door weer en wind er staat om die mat perfect te maken.

Ter promotie van mijn concert heb ik mijn naam in de middencirkel mogen kalken, alleen ging de kalk er niet meer af. Dat hadden we niet kunnen voorzien. Dat leverde natuurlijk stress op, daarover hebben we veel contact gehad. Gelukkig is dat goed gekomen.’

De strijd om de derde plaats in de competitie ging uitgerekend tussen Feyenoord en AZ

‘Dat was voor ons heel spannend, want het was van belang dat Feyenoord zich direct voor Europees voetbal zou plaatsen, omdat we anders vanwege de play-offs maar weinig tijd zouden hebben om op te bouwen voor het eerste concert. Ik was dus tijdelijk Feyenoord-supporter…’

Hoe ziet de voorbereiding op de komende concertreeks in De Kuip eruit?

‘Ik ben in elk geval veel aan het sporten, omdat ik niet hijgend aan het eind van de catwalk wil staan. Verder nemen we mijn hele repertoire onder de loep, zijn we aan het bepalen welke versies van de liedjes we spelen, en zijn we aan het kijken naar de techniek – wat kan er nu wel dat twintig jaar geleden niet kon?

We zijn sinds 2004 veel visueler gaan denken over muziek. Zeker kinderen zijn veel meer gewend geraakt aan snellere content, daar zullen we zeker op inspelen.’

Hoe zal het gevoel bij jou zijn op 29 mei, een paar minuten voor opkomst?

‘Ik denk vergelijkbaar met het gevoel in 2002. Het is net zo spannend, omdat ik de verwachtingen wil waarmaken en het liefst wil overtreffen. Ik sta zelf ook op een ander punt in mijn carrière, terwijl mensen meer gewend zijn dan in 2002. Het betekent dat we meer uit de kast moeten halen om te verrassen. Dat is een druk die ik prettig vind en waar ik me comfortabel bij voel. In 2002 was mijn leven een sneltrein. Dat ik nu die Kuip opnieuw kan beleven waar mijn kinderen als semi-volwassenen bij zijn: dat vind ik heel mooi. Je maakt nieuwe herinneringen met elkaar.’